Faraomieren
|
Karakteristieken:
Geknikte voelsprieten, bijtende mond-delen. Indien aanwezig, zijn de membraan-achtige voor- en achter vleugels met elkaar verbonden.
Arbeiders zijn 1.5-2mm lang, geelbruin van kleur; soms met een bruine buik. Voelsprieten bestaan uit twaalf segmenten. Goed ontwikkelde zwarte ogen. Mannetjes zijn 3mm lang, zwart en hebben vleugels (maar vliegen niet). De koningin is 3.6-5mm lang, donkerrood van kleur; vleugels worden verloren kort na de voortplanting.
Versprijding:
Komen oorspronkelijk uit noordelijk Afrika en het mediterraan gebied en heeft zich langs diverse internationale handelsroutes wijds verspreid. In landen met een koeler klimaat worden de mieren beperkt tot gebouwen; huizen, hotels en ziekenhuizen. In warmere klimaten worden ze ook wel buiten gevonden.
|
|